Het centrale deel van de plaat wordt breder en buigt naar beide zijden. Beide uiteinden hebben de vorm van een gestileerd blad en hebben elk een klinknagel met een platte ronde kop (D. 11 mm); de steel is recht en kort of in een rechte hoek gebogen. Resten hout kleven aan het metaal aan de binnenkant van het handvat. De handgreep die bij de umbo hoorde (inv. 2019.23.42) is een klassiek type met een halfcilindrisch handvat met dubbele bevestiging; de vorm van de uiteinden van het handvat kan per exemplaar verschillen. De contouren kunnen meer of minder rond zijn, of zelfs hartvormig.