Fibula in de vorm van een opengewerkte "rouelle". Het centrale deel beschrijft een kruis met vier gegroefde takken, waarvan het hart, met een min of meer vierkante basis, een knop met een conische kop draagt. De rand is versierd met zestien ongeveer vierkante inlegwerkjes van glaspasta. Er zijn drie kleuren gebruikt: wit, rood en mogelijk groen. Rond de rand van de fibula, in het verlengde van de takken van het centrale kruis, bevinden zich vier "plantachtige" of middenpuntige uitgroeisels (M.-A. Widehen, 2015).